Kerkverlating: nieuw verschijnsel, oud probleem

Kerkverlating heeft met een verschuivende cultuur
te maken. Kerk en cultuur groeien uit elkaar.

Op die manier komen veel kerkleden,
die losjes met de kerk verbonden waren,
tot hun besluit om het lidmaatschap op te zeggen.

Een goed voorbeeld van zo’n ontwikkeling is de reactie op misbruikschandalen.
Kerken komen wereldwijd slecht in het nieuws,
verliezen hun goede imago en dus is lidmaatschap minder aantrekkelijk.
Vele kerkleden schreven zich uit naar aanleiding van zo’n schandaal.

Alle eerder genoemde culturele verschuivingen,
die er toe leidden dat de maatschappij minder blij wordt met de kerk,
maken dat lidmaatschap van een kerk de moeilijkere weg wordt.
Was kerkgang vroeger de weg van de minste weerstand
(iedereen ging, je viel op als je niet ging; sterker: je viel buiten de groep),
nu wordt het meer en meer een bewuste keuze.

Dat dwingt ‘randkerkelijken‘ om een keuze te maken, kleur te bekennen:
bij de impopulaire kerk horen of uitschrijven?
In 2011, meer nog dan in 2010, en nog weer meer dan in 1990,
slaat de weegschaal nog al eens door naar ‘uitschrijven’.

Dat betekent dat kerkverlating wat dat betreft een oud probleem is.
De mensen die een losse band met de kerk hadden,
en zich nu dan officieel uitschrijven, werden al niet aangesproken door die kerk.
Zij waren degenen die vroeger mopperend of slapend in de kerk zaten.
Omdat dat sociaal gewenst gedrag was.

Het feit dat deze mensen zich nu en masse officieel uitschrijven,
wil dus niet zeggen dat de kerk nu pas met een probleem kampt.
Het probleem was er al net zo goed toen zij ontevreden wél lid waren!

Een kerk kan hier nu op twee manieren op reageren.

  1. Deze mensen waren dus eigenlijk nooit gelovig.
    Zij waren alleen maar lid, omdat het hoorde.
    Met dat soort leden hoef je niet blij te zijn.
    Laat ons dus maar een kleinere kerk blijven,
    die een hogere dichtheid aan belijdende, actieve leden heeft.
    Het is beter zo; secularisatie scheidt het kaf van het koren.
  2. De kerk raakte dus eigenlijk nooit de juiste snaar,
    ook niet toen de banken wel goed gevuld waren!
    Toen al sprak de kerk een andere taal dan vele mensen,
    toen al stootte de kerk zelfs haar eigen leden af.
    De kerk moet zich dus grondig herbezinnen op een nieuwe presentatie
    van een eeuwenoud evangelie dat wél zou moeten aanslaan.

De tweede houding is natuurlijk nederiger en sympathieker,
maar beide houdingen hebben hun grote valkuilen.

De eerste dreigt een klein, arrogant, niet-gunnend clubje op te leveren.
Met een sterk wij-zij gevoel, en totaal vervreemd van de wereld.
De tweede moet oppassen, niet krampachtig door te slaan
in onverstandige manieren van ‘aansprekend maken’ van de boodschap.
Zo kun je veel onwaarachtige danwel onhandige pogingen tegenkomen,
vooral op het gebied van ‘jeugddiensten’ en ‘evangelisatie-acties’.
Ook moet de tweede groep nederig blijven en niet denken,
dat succes ‘maakbaar’ is d.m.v. uit bedrijfsleven overgenomen ‘technieken’.

Een kerk moet oprecht in gesprek gaan met de traditie waarin ze staat,
en tegelijk met de cultuur waar ze óók midden in staat.

This entry was posted in VreemdGeluid, WereldVreemd and tagged . Bookmark the permalink.
  • Joshua

    Bout gezegd: de kerk is een merkwaardig relikwie uit vroegere tijden, zowel qua vorm als qua inhoud. Vaste prik op zondag voor bejaarden en jongeren die door hun opvoeding weinig feeling met de wereld hebben. Ook getalsmatig een aflopende zaak. Of je dat nieuw leven in kunt blazen, betwijfel ik.

    Een van de kuilen waar je in kunt vallen, als je meer mensen aan wilt spreken met het geloof, is dat je gelijktijdig je oude leden alsook jongeren die vol in het leven staan wilt aanspreken. Die laatste groep kun je er echt niet toe bewegen om ontzag te hebben voor je oude traditie. Om op zondag in de veel te vroege ochtend bombastische oude liedjes te zingen en naar jouw eenrichtingspraatje te luisteren. En dan hebben we inhoudelijke kwesties als jullie premoderne dogma’s en seks op rantsoen nog niet eens genoemd.

    Ik speel nu voor advocaat van de duivel, maar in de ogen van veel mensen zijn jullie echt zo wereldvreemd, zo anti-seks, anti-wetenschap, anti-homo’s en anti-andersdenkenden dat de nieuwe generatie zoekende mensen toch een ding zeker weet: jullie zijn failliet, er moeten nieuwe putjes worden aangeboord. Het boeddhisme is bijvoorbeeld populair, omdat het geen dogma’s of morele oordelen aan je opdringt, en wel inspirerend is.

    Ik denk dat jij in potentie een voortrekker kunt zijn van een soort geloof dat voor de huidige kerkleden niet per se herkenbaar is als het hunne, of zelfs aanstootgevend is (heimelijk zou je daar van genieten). Je moet bewijzen dat jouw geloof net zo goed in staat is om te inspireren en mensen met allerlei opvattingen te verbinden, om iets positiefs en verfrissends in gang te zetten in de wereld. Vertel de mensen iets duidelijks, iets dat mensen raakt, dat niet gelardeerd is met bijbelteksten; respect voor jouw geloof dwing je alleen af, door als mens te inspireren..

    • http://www.alainverheij.nl AlainVerheij

      Een relikwie, akkoord, zeker qua vorm. Maar de inhoud kun je daar niet aan gelijkstellen; die is immers nog veel ouder. En heeft vele tijden maar ook vormen toch weten te overleven. Met andere woorden; daar moet een werkend verhaal zitten, dat al zo lang en in zoveel jasjes aan heeft kunnen spreken, dat het nog niet failliet te verklaren is. De vraag is voor de kerken: hoe ziet die jas eruit? Naar welke taal moet dit oude verhaal vertaald worden? En dan is het inderdaad zaak om héél goed te kijken naar de ‘anti-geluiden’ die je noemt, naar de oude liedjes, het eenrichtingspraatje en stoffig geworden dogma’s danwel leefregels. Wie weet zal dat wat wij het Evangelie noemen zich daar onderuit kunnen worstelen en opnieuw glanzen, ook in deze eeuw?

      • Joshua

        Ik denk dat vooral de Jezus die staat voor innerlijke rijkdom, die de consumptiedrift uit de mens haalt, die laat zien dat samen ergens voor staan je leven een diepere laag geeft, die voor seksuele intimiteit (en tegen platte objectificatie) is, die oprecht verdriet heeft om de wereld en innerlijke strijd kent en zijn beheersing wel eens verliest, vandaag nog mensen aanspreekt.

        Het evangelie heeft genoeg tijdloze waarheid in zich om een antwoord op de kwalen van deze tijd te bieden. Deze tijd wijst religiositeit en zalvende predikers die mensen de weg naar God willen wijzen heel duidelijk af, maar zoekt juist te meer naar sociale geweldenaars, naar pragmatische idealisten, die niets te verkopen hebben. Bovenal naar mensen die in staat zijn om de goodwill in anderen, met uiteenlopende achtergronden en overtuigingen, te beroeren en in beweging te brengen. Als jij dat kunt (als je laat zien dat het evangelie ook daarin kan voorzien), zul je indirect harten winnen voor het geloof. Kun je dat niet, dan vrees ik dat je te licht bent om het tij te keren.