De kerkklokken

Zondagochtend, en de kerkklokken luiden.
Een kakafonie door de stad,
alsof de kerken tegen elkaar op willen
bellen: nee, kom niet hier maar daar.
Alsof geen kerkganger een wekker heeft,
zijn wakker worden afhangt van de bel.

Alsof kerk en staat nog vervlochten zijn,
de kerk als overheidsinstituut de burgers opwekt,
om de staatsgodsdienst en masse te beleven en belijden.

Alsof kerk en straat nog vervlochten zijn,
elke voorbijganger geattendeerd moet en wil worden
op de dienst die zich straks zal gaan voltrekken.

Laatste schreeuw van een kerk die weigert toe te geven,
dat de tijden en mensen veranderd zijn.

Het doet geen kerkganger goed;
de wekker staat thuis aan en op tijd zullen ze komen.
Het doet geen ongelovige goed;
zijn uitslapen op zondagochtend wordt ruw doorbroken
door een kerk die weigert bescheiden te zijn.

De kerk die weigert in de marge te blijven,
waar ze ontegenzeggelijk al decennia in gedwongen is.

Wat mij betreft mogen ze zwijgen.

This entry was posted in VreemdGeluid, WereldVreemd and tagged , . Bookmark the permalink.