Ik moest in de zomer een preek maken.
Opdracht: Romeinen 12.
Het werd een soort vakantiepreek.
Waarom?
In veel van zijn brieven maakt Paulus een duidelijke scheiding.
Het eerste deel (na de begroetingen) behandelt de christelijke leer.
Het tweede deel (of: de parenese) behandelt het christelijke leven.
In de Romeinenbrief is dat wel het meest zichtbaar.
De Romeinenbrief staat bekend om de uitgebreide, leerstellige verhandelingen.
Over de zonde van alle mensen, en de genade voor diezelfde mensen.
Over de eerste Adam, en de tweede Adam.
Over Gods trouw. Gods plannen met Jood en Griek, Griek en Jood.
Paulus doet het allemaal uit de doeken in Romeinen 1-11.
En dan komt hoofdstuk 12.
Hoofdstuk 11 eindigde al met een ‘amen’.
Daarmee sluit Paulus zijn leerstellige deel af.
In hoofdstuk 12 zijn wij aan de beurt. “Nu jullie: stel je open voor al dat moois!”
Ga er mee leven, ga er in leven.
De Romeinenbrief lijkt zo net een reisgids.
Hoofdstuk 1-11 legt alles uit.
Kijk, dáár ligt dát, en dít is mooi, en wat je vooral niet moet missen is .. ..
Hoofdstuk 12 en verder geeft aan waar het om gaat: ga dat mooie land in!
Een reisgids is een inleiding.
Een opwarmer, ook een beschermer en een richtlijn.
Maar waar het uiteindelijk op uit moet draaien is dit: dat je zélf dat land in gaat.
Dat is de verhouding en wisselwerking tussen leer en leven, tussen Romeinen 1-11 en 12vv: het lijkt op de verhouding tussen je reisgids en je daadwerkelijke vakantie.
Goede reis.
preken zijn per e-mail opvraagbaar; zie contact



