Ik vind het een prachtig, romanesk verhaal.
Richteren 4 en 5 behandelen de bedreiging en redding van Israël ten tijde van Deborah.
Ik preekte hierover met moederdag, want in het lied van Deborah staat het prachtig:
Deborah, moeder van Israël.
Israël durft niet meer, is lamgeslagen.
Zelfs de stoere Barak (bliksem) durft de strijd niet aan te gaan.
Alleen als zij meegaat.
Barak trekt ten strijde, aan de hand van mama Deborah.
Aan de andere kant zit de moeder van die tiran, die Sisera.
Sisera, die wel stoer genoeg is om ten oorlog te trekken zonder mama.
Mama zit thuis te borduren, wachtend tot haar zoon terugkomt.
En ze vraagt zich af: waar blijft hij nou?
Ach, hij is vast nog bezig met een gevangen Jodinnetje ..
Zo’n moeder.
Twee moeders dus, aan elke kant eentje.
God beslist de strijd, en het loopt niet goed af met de tiran Sisera.
Sisera vlucht weg, wil naar mama toe.
En hij vindt die moeder ook in Jael.
Ze geeft hem melk en stopt hem toe.
Een echte mama voor Sisera.
Maar dan.. een tentpin in zijn slaap.
Dus in de tijd dat Israël ten einde raad is,
de sterkste bliksem ongeladen is en niets durft,
zijn er nog twee vrouwen over,
Deborah (honingbij) en Jael,
en alleen zij kunnen in Gods naam nog een goede steek uitdelen.
De rest krijgt Israël cadeau.
Veel uitgebreider is dit alles behandeld in mijn preek over Richteren 5,
die is opvraagbaar per e-mail



