Vrijzinnigen claimen meer ruimte,
zo kopt het ND vandaag.
Het gaat om leden van de PKN,
die zich niet prettig voelen bij de
orthodoxe credo’s, geloofsbelijdenissen.
Ze claimen dan ook voor belijdenissen met een komma:
niet: dít geloven we en anders niet,
maar: dit belijden we, maar…
Zo blijft er ruimte voor een gesprek.
Wat is dat eigenlijk, een credo, een belijdenis?
De achtergrond lijkt in de zeer vroege Kerk te zoeken.
Toen men behoefte kreeg aan een eigen identiteit,
maar vooral: aan woorden om hun geloofsvreugde te uiten.
De eerste ‘belijdenissen’ zullen dan ook vaak rondom de
dooprituelen zijn uitgesproken: Ja, Heer, ik geloof.
Hoe groter de macht van de Kerk werd
(die zichzelf, tegenover ‘ketterijen’, de Katholieke Kerk noemde:
anders gezegd: enige ware, algemene Kerk),
des te groter werd de behoefte aan het vastleggen van credo’s.
Dit geloven we, en wie dat niet gelooft hoort er niet bij!
We zien dat de motivatie van vreugde
( ja, Heer, ik geloof U ) gaat naar angst
( nee, jij hoort er niet bij, want jij denkt anders )
Op die manier zijn door de eeuwen heen vele christenen
uitgesloten van hun geloofsgenoten, en zelfs verbannen,
om theologische disputen waarvan de buitenstaander vraagt:
wat is in hemelsnaam het verschil tussen ketter en credo?
Ik voel dus sympathie voor de oproep van de “VVP”,
die op genuanceerde wijze de belijdenissen in ere wil houden,
maar tegelijk ruimte vraagt aan medegelovigen.
Deze medegelovigen uitnodigt om hun belijdenissen
uit vreugde te vieren en uit te spreken, niet uit angst
of intolerantie jegens hen die het net iets anders zien.
Een credo is immers weinig anders dan een Godsbeeld.
En elk Godsbeeld is menselijk en feilbaar.
Dat belijden we.



